www.stellamarisgent.be © 2007  Webstats4U - Free web site statistics


                                                         Hogeweg 71 9000 Gent  info@stellamarisgent.be
 

 

Stella Maris biedt tweede thuis aan zeelieden

In een zeemanshuis vinden zeelui die een haven binnenvaren en de tijd hebben om even aan wal te gaan, een plek om tot rust te komen en contact op te nemen met het thuisfront. Visie sprak met scheepsbezoekster Ann Van der Sypt van zeemanshuis Stella Maris in de Gentse haven

“Stella Maris of ‘ster van de zee’ refereert naar Maria als beschermster van de zeemannen. Ons zeemanshuis

is een huis voor de internationale zeemannen die onze haven binnenvaren. Over heel de wereld vind je zeemanshuizen van Stella Maris. Dat geeft het grote voordeel, als je aan boord gaat van een schip, dat men je kent. Zeemannen vertrouwen ons en weten dat ze bij ons terecht kunnen.”

 

Contact met het thuisfront

“In het café van het zeemanshuis kan iedereen terecht. Het is elke dag open van 17.15 tot 23.15 uur. Eens afzakken naar het zeemanshuis is voor de zeemannen dikwijls een welgekomen afwisseling. Op het schip leven ze dikwijls maandenlang samen met dezelfde mensen en dit binnen een beperkte ruimte. Wekenlang zien ze soms alleen maar water. In het zeemanshuis kunnen ze met ons en met andere bezoekers wat praten en een pintje drinken, een spelletje biljart of tafeltennis spelen. Heel wat buitenstaanders hebben een vrij negatief beeld van zeemannen. Te vlug wordt er gedacht dat zeemannen ruwe bonken zijn, maar de realiteit is toch iets anders. Het zijn meestal mannen met vrouw en kinderen die hard moeten werken om de kost te verdienen. Het  zeemansleven is dikwijls een alternatief omdat ze in hun land geen werk vinden of enkel een job die onderbetaald

wordt. Een rode draad door hun bestaan is het thuisfront. Ze maken dan ook dankbaar gebruik

van het internet in Stella Maris.

 

Zeemannen hebben een hard bestaan. Contracten kunnen oplopen tot negen maand, een jaar en zelfs langer. Het gemis, het gescheiden zijn, het emotionele, beschrijven ze zelf als het zwaarste aan hun job.

 

Thuis gebeurt er ondertussenzoveel: kinderen worden ziek, familieleden overlijden. In een aantal gevallen kunnen ze wel naar huis, maar dikwijls zijn ze ook te laat. Bij ziekte is er op het schip de scheepsapotheek en kunnen ze medische bijstand krijgen via satelliet. Zijn ze niet te ver verwijderd van het vaste land dan kan een dringende urgentie plaatshebben, desnoods per helicopter. Zeemannen zijn kerels die goed opgeleid worden.

 

Zelfs een gewone matroos heeft een aantal certificaten nodig om aan boord te kunnen gaan, wat ook tot een ander profiel leidt. Iets meer dan de helft is hoog opgeleid. We proberen het zeemanshuis ook gezellig te maken

door de seizoensgebonden versiering; wat veelal gebeurt in samenwerking met een aantal vrijwilligers. In ons winkeltje, dat dagelijks bemand wordt door vrijwilligers, worden naast producten als zeep of deodorant ook souveniers gekocht. Ook knuffels die we zelf krijgen worden enthousiast meegenomen voor de kinderen.”

 

Het scheepsbezoek

“De scheepsbezoeker (ikzelf, mijn collega … en een aantal vrijwilligers), gaat aan boord met een aantal praktische bedoelingen: het gratis busvervoer  toelichten, Simkaarten verkopen, kranten bezorgen. Wij krijgen dagelijks lijsten met de aanwezige schepen en hun ligplaats in de haven. Zo stippelen wij onze trip uit. Het gebeurt ook dat we telefoon krijgen van een schip, van een agentschap of van een dokwerker om te laten weten dat men ons verwacht op een schip. Soms moeten we geld van een matroos voor zijn familie overschrijven, en gaan daarvoor samen met hem naar de bank. Of we zoeken een apotheker of een dokter, die bezocht moet worden. En als het nodig is, komt het zeemanshuis hier ook financieel tussen.

 

We kunnen niet altijd zelf iets oplossen, en hebben ook wel eens hulp nodig van andere diensten. Als er bv. lonen niet uitbetaald worden, komen de zeemannen daarmee bij ons omdat ze ons vertrouwen: we zijn de enige niet-officiële dienst die aan boord komt, we komen voor hen als persoon. Wij nemen dan contact op met het ITF, het internationaal vakverbond. Zij gaan dan aan boord en proberen tot een oplossing te komen. Het is dus belangrijk

dat we goede contacten hebben met de officiële haveninstanties, en dat is hier in Gent wel zo.

 

Maar onze hulp en ondersteuning aan boord blijft niet beperkt tot de praktische kant. Je merkt af en toe wel dat iemand eens wil praten en men is je daar heel dankbaar voor. Het als vrouw aan boord kunnen gaan heeft op dit vlak heel veel voordelen. Als vrouw ben je in veel culturen nog diegene die troost, luistert… waar men zijn zachte, emotionele, angstige kant aan mag tonen. Ook ziekenbezoeken zijn heel belangrijk. Als een zeeman hier in het ziekenhuis terechtkomt, en het schip is vertrokken, dan bezoeken wij die man dagelijks. We proberen dan ook de link te zijn tussen de zeeman, dokter, verpleegkundigen en het scheepsagentschap. Soms vraagt men ook naar

een priester, voor een gesprek of een mis aan boord. Daarvoor staat onze aalmoezenier André Quintelier ter beschikking.

 

Op een aantal momenten in het jaar doen we ook nog iets speciaals voor de zeemannen: de Sint komt aan boord met chocolade, met Kerst delen we cadeautjes uit en met Pasen brengen we paaseieren aan boord. Vooral de kerstperiode is heel emotioneel; dan proberen wij het gemis aan de familie toch wat te compenseren met een cadeautje.”

De mutsenclub

“We zamelen ook kleding in voor de zeemannen. Hoewel zij internationaal reizen en lang van huis weg zijn, zijn ze er dikwijls niet op voorzien. Als je die matrozen dan ziet bibberen van de kou…. Vanuit deze nood had ik het idee om mutsen te laten breien. En een goed jaar geleden is onze mutsenclub ‘geboren’. Een vijftiental vrijwilligsters komt maandelijks samen om in het café mutsen te breien. De zeemannen zijn er heel dankbaar

voor, en het brengt ook een heel huiselijke sfeer met zich mee hier in het zeemanshuis. Door een uitzending hierover in ‘Man bijt hond’ en op AVS, is de tamtam beginnen werken en krijgen we mensen over de vloer die willen breien, of die breiwol of andere spullen komen brengen. Intussen zijn er nog enkele groepen breisters ontstaan. Al die wol, al die mutsen, al die dames, het geeft een nieuwe boost aan ons zeemanshuis!”

 

Stella Maris Gent,

Hoge Weg 71, 9000 Gent

0476 50 22 29 of 09 251 17 63

www.stellamarisgent.be

Bron: VISIE 24-05-2011

  -----------------------------------------------------------------------

ZEEMANSHUIS STELLA MARIS GENT 

De crew van Stella Maris heet u van harte welkom op de website van het zeemanshuis.Onze groep bestaat uit een viertal bezoldigde medewerkers en een 15-tal vrijwilligers.Actueel is de heer Paul Van Driessche (voormalig havencommandant) de voorzitter van de VZW. André Quintelier kwam in 1992 in dienst als aalmoezenier.


Aalmoezenier André Quintelier


‘Bedankkaartjes van de andere kant van de wereld, maken het de moeite waard’

Stella Maris Gent al vijfenveertig jaar thuishaven voor zeemannen


Het Zeemanshuis ‘Stella Maris’ aan de Gentse haven heeft op zaterdag 12 april 2008 zijn 45ste verjaardag gevierd met een opendeurdag. Al vijfenveertig jaar bezorgen de bezielers van het huis - de katholieke vzw Apostolatus Maris - de zwervers van de zee een aangename tijd ver van huis.


Biljarttafels, satelliettelevisie, internet, een pingpongtafel, een gitaar en piano voor de muziekliefhebbers, en natuurlijk een tapinstallatie waaruit ons befaamd Belgisch bier rijkelijk vloeit: dat is wat het Gentse zeemanshuis Stella Marris in de aanbieding heeft om de stoere zeebonken hun heimwee te laten vergeten. En om te vermijden dat de mannen met een paar Duvels in hun kraag in het water sukkelen, brengt een gratis busdienst hen veilig terug naar hun schip.


Barman Leander


"Er komt veel meer bij kijken dan enkel bier schenken. We ontvangen hier mensen die maanden van huis zijn en hier niemand kennen. Ze zitten in een kwetsbare positie, en wij willen hen toch wat beschermen."

 

 

Meer dan twintig jaar lang was het zeemanshuis een klein cafeetje waar nu de parking van de Gentse meubelwinkel Weba is. Het was een typische bruine kroeg - met traditionele jukebox en biljarttafel -  waar de zeelui konden ontspannen. Maar midden de jaren '80 kwam er slecht nieuws: de grond waarop het zeemanshuis stond, was bezit van de NMBS, en de Belgische spoorwegmaatschappij had er grootse plannen mee. De paters Jezuïeten gingen op zoek naar een nieuwe locatie en vonden die wat verder, aan de Hogeweg in Sint-Amandsberg. Ze trokken er het huidige zeemanshuis op, een groot, modern gebouw. Jaren later bleek al die moeite voor niets, de NMBS-plannen vielen in het water.

GOEDKOPE WERKKRACHTEN

Al meer dan twintig jaar ontvangt Roger Derenbach de zeemannen van achter zijn toog. En op die twee decennia heeft hij veel zien veranderen. ‘Vooral de nationaliteit van de zeemannen is veranderd’, zegt Derenbach. ‘Vroeger kwamen er veel West- en Noord-Europeanen, en af en toe zelfs een Amerikaan. Maar die zijn te duur geworden. Nu willen de reders enkel goedkope
werkkrachten aan boord. Daardoor ontvangen wij vooral Chinezen en Filippijnen.'

'Als er al eens Europeanen over de vloer komen, zijn het bijna altijd Russen of Roemenen. Het contact met de mannen is er niet gemakkelijker op geworden. Weinig Chinezen spreken een mondje Engels en de Russen zijn niet meteen het hartelijkste volk. Al willen ze na een paar trappisten wel eens ontdooien. Het valt mij op dat er ook minder geconsumeerd wordt dan vroeger.


Administratie Marc Naessens

Dat is niet abnormaal als je weet dat sommige zeemannen maar 150 tot 200 euro per maand verdienen. Vaak sparen ze hun geld voor een telefoontje naar huis.’

Uitbuiting van zeelui is iets van alle tijden, maar het is wel zo dat er steeds minder manschappen aan boord zijn voor hetzelfde werk, tegen hetzelfde loon. Lonen die maanden of zelfs langer dan een jaar niet worden uitbetaald zijn geen uitzondering in de internationale scheepvaart. Er zijn zelfs al schepen in Gent aangekomen waar er geen verwarming, voedsel en drinkbaar water aan boord was. Om zulke situaties te vermijden heeft de vzw Apostolatus Maris iemand in dienst die de schepen bezoekt en onregelmatigheden meldt. Bij schrijnende gevallen wordt er een gerechtsdeurwaarder bijgehaald, die beslist of het schip aan de ketting wordt gelegd.

HUILEN ALS EEN KIND

‘Mensen denken vaak dat het hier een gewoon café is’, zegt Derenbach. ‘Maar er komt zoveel meer bij kijken dan enkel bier schenken. We ontvangen hier mensen die maanden van huis zijn en hier niemand kennen. Ze zitten in een kwetsbare positie, en wij willen hen toch wat beschermen. Als er een zeeman in het ziekenhuis ligt bijvoorbeeld, krijgt die bezoek van iemand van de vzw. Je moet het je maar voorstellen: moederziel alleen in bed, in een vreemd land waarvan je de taal niet kent.’


Scheepbezoekster Ann Van der Sijpt en 
bemanningslid Cevdet van de MV Destiny I

"Vroeger kwamen er veel West- en Noord-Europeanen, en af en toe zelfs een Amerikaan. Maar die zijn te duur geworden. Nu willen de reders enkel goedkope werkkrachten aan boord, vooral Chinezen en Filippijnen."

‘Eigenlijk voel ik me soms meer psycholoog dan barman’, bekent hij. ‘Je moet de gevoeligheden en zorgen van de mensen zien, en proberen op te vangen. Eén keer hebben we hier echt problemen gehad tussen zeemannen. Dat was in het begin van de jaren ‘90, de periode van de Balkancrisis. Er zat hier een groepje zeemannen aan een tafel, waaronder een Kroaat. Een andere zeeman moet iets gezegd hebben dat zeer gevoelig lag, want die Kroaat veerde recht en begon op de ander zijn gezicht te timmeren. Ik heb nog geprobeerd te bemiddelen, maar hij was te woedend, ik kreeg er geen speld tussen. Dat was de eerste - en enige - keer in mijn loopbaan dat ik de politie heb moeten bellen voor een conflict.

Maar de situatie die mij het meest zal bijblijven, is een Irakees die hier kwam toen de Golfoorlog volop woedde. De man probeerde wanhopig naar huis te bellen, maar er nam niemand op. Hij moest zonder nieuws van het thuisfront terug voor weken het water op. Die ‘stoere’ zeeman stond daar te huilen als een kind. Toen heb ik – ik heb zelf een vrouw en kinderen - toch wel even moeten slikken.’

‘Hier werken is niet altijd even gemakkelijk’, geeft Derenbach toe. ‘Maar als ik een kaartje krijg van de andere kant van de wereld om mij te bedanken voor de goede ontvangst, besef ik weer waarom ik deze job doe. Je krijgt er zoveel voor terug.’

TEKST: MARIEKE VAN PEE